Hier
in verborgen Licht
ontwaak ik
om mij heen
de voelbare Aanwezigheid
van het Al
in het moment
dat niets meer zeker lijkt
wil mijn Zijn opnieuw beginnen
maar zie
daar is Licht
in zwevend Water
rondom
een groot aanschouwend Oog
een nieuwe Dag breekt aan
zo vertrek ik
in volle Leegte
en daar
waar de Neveldeken
zich heeft opgerold
daar ben ik
uitgenodigd
reeds nu
in een Moment
ervaar ik
de hoorbare Stilte
ik geniet
heel even blijft het stil
dan weergalmt
aanhoudend en verlangend
de veeltonige Roep
om Elkaar
in Een Zijn
in Een Zijn
in Een Zijn
na gekeerde vlucht
klinken langzaam
aanzwellend
de zachtzilte Tonen
van het Lichtlied
ik raak verzonken
in de Weerspiegeling van het O ...
geleid
naar waar ik wil Zijn
kom ik in Gang
glinsterend
voor de Kim
ontwaart zich
de Toegang
tot het nabije Verre
voor mij
ontrolt zich
de Weg naar het Open
los van Tijd
los van Materie
aangekomen
bij de Lichtpoort
begint
de echte Reis
hier
mag ik me ontdoen
van al mijn Bagage
op lichtend Water
word ik gedragen
ik dein mee
op de Golven
en raak verbonden
komend in Stroom
word ik geleid
het is mijn Ziel
die zich ontvouwt
in het vloeibare Licht
raak ik in Vervoering
als vanzelf
ga ik over
in
wat is geweest
en komen zal
zo mijn Zelf ziend
als Ouder en Kind
spelend en verbonden
gevolgd en bewaakt
in de Volheid van het Licht
geraak ik
in een tijdloos Zijn
onverwacht
precies op deze Plaats
voel ik mij Een
in het weerkaatste Licht
ik lach
het Wad lacht mee
ik voel mij gekoesterd
als het Tij zich heeft gekeerd
en het Licht diep kan geraken
dan spiegelt de Ziel
zich in de Ander
gelijk de Echo
van Al wat leeft
en zie
daar is Verbondenheid
als tussen de Vleugels
van een Vlinder
een tijdloos Zijn
in vele Vormen
vanuit het Niets
... het grote O
zo voedt zich de Hoop
door Tekenen van Leven
zichtbaar
- vanuit het Echt
van ver en diep -
op de Lichtrand
weergegeven
Ik raak verdiept en overpeins
hoe …
waar…
waarom …
ik poog te overzien
waar doorheen ik ben gegaan
geen Weg
geen Spoor
van waar ik heb gelopen
het voelt alleen
en
onbestemd
en
O
toch zo nabij …
... zo nabij ...
in een gedeeld Decor
sta ik Alleen te wezen
zo klein, zo klein
in roerloos Zijn
gespot en herkend
onvermoed
gekomen
in Stroom
van Wel en Niet
reis ik verder
in kerend Tij
waar Zekerheid niet is
en Kleuren zijn vervaagd
leeft de Hoop met een Gemis
en zwerft een Ziel die niet meer vraagt
verdwaald
uit het voedend Element geraakt
Wezenlijk getekend
in Strijd voor Overleving
geweest in Zijn
aanschouwd en bewonderd
weergekeerd in het Niets
blijvend in het Al
zo leeft hij voort
de WaddenKwal
in het Hier en Nu
tegen de Achtergrond
van een intens doorleefd Verleden
bezie ik de Zandkorrel
- eens de Berg
die ik heb bestegen
in Verre en in Nabij
ben ik een Weg gegaan
gevormd door de Elementen
gedragen in mijn Zijn
- wederom aangeland
als de Korrel in het Zand
los en licht
gedragen door de Wind
leg ik aan
in Een met velen
belicht en groeiend in het Zijn
genietend
van zover het Oog kan reiken
van zoveel hier wordt gegeven
aangeraakt
overgaand
in Essentie
in een geheel
verlicht Zijn
op geleide van
de geur van de zee
de wind in mijn haren
de geluiden om mij heen
glijd ik terug
naar wat ik eens droomde
in de sereniteit
van een langzaam ontwaken
uit een zeer diepe slaap
in het Verre
net boven de Waterlijn
is daar plots
het witte Wezen
hij kijkt me aan
een groet valt mij ten deel
in Tel gekomen
vlieg ik verder
zo hoog
de Wind
mij dragen kan
tussen Hemel en Aarde
in het eindeloze Blauw
ontstijgen mij
de Gedachten
opgaand
draaiend om de As
het Hart
zo zie ik heengaan
wat ik heb gedacht
geheel vrij
laat ik gaan
zo verbonden
als ik ben
over Grenzen reikende
kerende in de Weer
volledig
opgenomen
in alle Kleur
geborgen
in fluwelen Lucht
zo reist de Ziel
als een Dwaallicht
zoekend naar de Graal
gelaten in Nabij
gekoesterd
door het Licht
zo vind ik terug
aanschouwd
en behoed
mijn Zelf
mijn Moed
in Een zijnd
met het Al
blijvend
in Essentie
vervuld
van wat
ik heb
gevonden
de Graal
mijn Wezenlijk Zelf
herkend
mijn Ziel
in Tel
gekomen
in Verre
en Nabij
tijdloos
in hoorbare Stilte
ontvangen
vele Levens
zijnd
geweest
geworden
vanuit het Hart
Een met het Al
rustend
gedachtenloos
in Ruimte
die mijn Zijn vervuld
in het Serene
nu zie ik
de Weg
die ik ben gegaan
kleine Sporen
vervagend
in de Ommeblik
dit was mijn Reis
over het Wad ...
het LeiWad
Vindplaats
van onmetelijke Kracht
in tijdloos Zijn
wederom
bruist het
in mij